Veel gestelde vragen over examinering vanaf KD 2016

Exameninstrumenten

Welke exameninstrumenten biedt Stichting Praktijkleren aan?

Stichting Praktijkleren levert exameninstrumenten voor de kwalificatiedossiers van Zakelijke dienstverlening en veiligheid (ZDV), ICT en Commercie. De exameninstrumenten van Stichting Praktijkleren dekken de beroepsspecifieke eisen van de kwalificaties conform de Producteisen uit de norm voor valide exameninstrumenten, oktober 2017. Te vinden op de website van Stichting Valide Exameninstrumenten MBO (https://stichtingvalideringexamensmbo.nl/over-de-norm/).

Ons aanbod bestaat uit:

  • Proeven van bekwaamheid
  • Examenprojecten
  • Vaardigheidsexamens
  • Kennisexamens

Proeven van bekwaamheid en examenprojecten zijn praktijkexamens waarmee één of meerdere de werkprocessen integraal worden geëxamineerd. Deze twee examenvormen zijn uitwisselbaar. Een school kan kiezen welke examenvorm zij inzet. Beide examenvormen zijn op dezelfde examenmatrijs gebaseerd en maken gebruik van dezelfde beoordelingsformulieren. 

Vaardigheids- en kennisexamens examineren steekproefsgewijs vakkennis en vaardigheden uit het kwalificatiedossier die cruciaal zijn voor de beroepsuitoefening en onvoldoende in de praktijkexamens aan bod komen.

De keuzes zijn zichtbaar gemaakt in de sleuteldocumenten:

  • Examen- en dekkingsoverzicht
  • Examenmatrijzen


Zie ook:

Wat is een examen- en dekkingsoverzicht?

Het examenoverzicht geeft weer welke exameninstrumenten per kerntaak kunnen worden ingezet om dekkend te zijn voor de kwalificatie (examenmix). Het examenoverzicht kan gebruikt worden bij het opstellen van het examenplan.

In het dekkingsoverzicht is de examenmix verantwoord. Het laat zien welke onderdelen (werkprocessen, vakkennis en vaardigheden) van het kwalificatiedossier door welke exameninstrumenten worden geëxamineerd.

Zie ook

Wat is een examenmatrijs?

Een examenmatrijs is de blauwdruk van een examen, waarin staat wat er met het exameninstrument wordt beoordeeld, op welk (cognitief) niveau, op welke wijze, met welke soort opdracht of vraag en met hoeveel opdrachten of vragen. Per exameninstrument is er een examenmatrijs beschikbaar.
De onderwijsinstelling kan de examenmatrijs gebruiken als leidraad voor de inrichting van het onderwijs en als verantwoording naar de Inspectie.

Zie ook

Wat is een praktijkexamen?

Een praktijkexamen is een exameninstrument waarmee één of meer werkprocessen integraal worden geëxamineerd. Stichting Praktijkleren levert twee soorten praktijkexamens: proeven van bekwaamheid en examenprojecten.

Wat is een proeve van bekwaamheid?

Een proeve van bekwaamheid is een kwalificerend praktijkexamen dat wordt afgenomen in de beroepspraktijk. Met een proeve van bekwaamheid worden één of meer werkprocessen geëxamineerd. De school formuleert de examenopdracht samen met het (leer)bedrijf aan de hand van de bijgeleverde instructie. In de proeve van bekwaamheid wordt verwezen naar een referentieopdracht die als voorbeeld kan dienen. Een proeve van bekwaamheid is een valide exameninstrument met examenopdrachten + instructie. Zie ook de publicatie Toepassing valide exameninstrumenten, oktober 2017.

Wat is een examenproject?

Een examenproject is een kwalificerend praktijkexamen dat wordt afgenomen in een gesimuleerde omgeving, meestal binnenschools. Met een examenproject worden één of meer werkprocessen geëxamineerd. Een examenproject is een valide exameninstrument met vaste examenopdrachten. Zie ook de publicatie Toepassing valide exameninstrumenten, oktober 2017.

Wat is een vaardigheidsexamen?

Een vaardigheidsexamen is een kwalificerend examen dat steekproefsgewijs vaardigheden examineert die cruciaal zijn voor de beroepsuitoefening en onvoldoende aan bod komen in de praktijkexamens. Een vaardigheidsexamen is een valide exameninstrument met vaste examenopdrachten. Zie ook de publicatie Toepassing valide exameninstrumenten, oktober 2017.

Wat is een kennisexamen?

Een kennisexamen is een kwalificerend examen dat steekproefsgewijs vakkennis examineert die cruciaal is voor de beroepsuitoefening en onvoldoende aan bod komt in de praktijkexamens. Een kennisexamen is een valide exameninstrument met vaste examenopdrachten. Zie ook de publicatie Toepassing valide exameninstrumenten, oktober 2017.

Hoe dienen scholen om te gaan met de exameninstrumenten van Stichting Praktijkleren?

Stichting Praktijkleren heeft een gedragscode opgesteld om te voorkomen dat examens uitlekken. In de gedragscode vindt u de regels waaraan u zich dient te houden bij het voorbereiden en afnemen van examens van Stichting Praktijkleren.

De gedragscode vindt u hier.

Mogen de exameninstrumenten van Stichting Praktijkleren formatief worden ingezet?

Nee, de exameninstrumenten van Stichting Praktijkleren mogen uitsluitend kwalificerend worden ingezet.

Is het verplicht om alle examens uit het examenoverzicht af te nemen?

De exameninstrumenten uit het examenoverzicht dekken de beroepsspecifieke eisen van de betreffende kwalificatie conform de producteisen uit de norm voor valide exameninstrumenten. Het is niet verplicht om alle exameninstrumenten uit het examenoverzicht af te nemen. U maakt als school zelf de keuze welke exameninstrumenten u inzet. U dient er echter wel voor te zorgen dat het gebruikte exameninstrumentarium de eisen van de kwalificatie dekt (zie Onderzoekskader 2017, kwaliteitsgebied Examinereen en diplomeren en de Producteisen uit de norm voor valide exameninstrumenten, oktober 2017).

Mag ik zelf een exameninstrument aanpassen?

De examenprojecten, kennis- of vaardigheidsexamens van Stichting Praktijkleren zijn valide exameninstrumenten met vaste examenopdrachten (zie Toepassing valide exameninstrumenten, oktober 2017).  Als een school hier iets in wil aanpassen, moet de school een verzoek tot wijziging indienen bij Stichting Praktijkleren. Als de wijziging door Praktijkleren wordt doorgevoerd is er vervolgens weer sprake van een valide exameninstrument. Als de wijziging niet via Praktijkleren loopt en de school zelf de wijziging doorvoert, is het exameninstrument niet valide meer en valt daarmee in route 2.

De proeve van bekwaamheid is een valide exameninstrument met examenopdracht + instructie (zie Toepassing valide exameninstrumenten, oktober 2017). Een school kan de examenopdracht aanpassen of vervangen met behulp van de instructie. Het exameninstrument is dan ‘valide onder voorbehoud’. De examencommissie van de school moet vervolgens verifiëren of de vervangen of aangepaste examenopdracht tot stand is gekomen conform de bijgeleverde instructie.

Mag ik zelf de cesuur aanpassen?

Nee, een school mag de cesuur van een valide exameninstrument niet zelf aanpassen.

Hoe dienen scholen om te gaan met de tijdsduur zoals deze is opgenomen in het examenproject?

In de examinatorset wordt de tijdsduur van het examenproject aangegeven. Dit is de examentijd exclusief eventuele pauzes. Scholen bepalen of en zo ja, hoeveel pauzes er tijdens het examenproject ingepland worden en hoe lang deze pauzes duren. De uitvoering van langere examenprojecten kan desgewenst gespreid worden over meer dagen (of dagdelen).

Voor studenten met een beperking die een ondersteuningsbehoefte hebben, kan de tijdsduur worden aangepast. Hiervoor dient de studieloopbaanbegeleider samen met de student een aanvraag te doen bij de examencommissie. Zie ook het servicedocument Passende examinering van beroepsspecifieke onderdelen in het mbo voor studenten met een ondersteuningsbehoefte van het Kennispunt Onderwijs & Examinering.

Waar kan ik vinden welke exameninstrumenten er worden ontwikkeld door Stichting Praktijkleren?

Per opleidingsgebied is in een publicatieoverzicht te lezen welke exameninstrumenten in het betreffende schooljaar geconstrueerd worden. De publicatieoverzichten zijn voor iedereen terug te vinden op de website van Stichting Praktijkleren (zie https://www.stichtingpraktijkleren.nl/examineren/publicatieoverzichten/). De Helpdesk examinering communiceert nieuw gepubliceerde en gewijzigde exameninstrumenten in de tweewekelijkse e-mail. U kunt zich hiervoor opgeven als u bent ingelogd door een vinkje te zetten in uw profiel.

Wat zijn gesloten vragen?

Onder gesloten vragen worden vragen verstaan waarvan het antwoord van tevoren exact vast te leggen is. Gesloten vragen zijn altijd objectief te scoren. Gesloten vragen kunnen meerkeuzevragen zijn, maar bijvoorbeeld ook korte invulvragen. Een voorbeeld van een korte invulvraag is: Wat is de hoofdstad van België? Een kandidaat moet hier het antwoord zelf verzinnen en er is maar één antwoord goed.

Welke gesloten vraagvormen worden gebruikt in de kennisexamens van Stichting Praktijkleren?

De kennisexamens van Stichting Praktijkleren bevatten de volgende gesloten vraagvormen.

  • één-uit-meervraag
  • meer-uit-meervraag
  • matchvraag
  • rangschikvraag
  • fill-in-the-blanks
  • korte invulvraag
  • hotspot

Niet elke gesloten vraagvorm komt in elk examen voor. Voorbeelden van de gesloten vraagvormen kunt u vinden in het oefenexamen nieuwe vraagvormen.

Zie ook

Waarom zijn er niet voor alle werkprocessen examenprojecten?

Voor een aantal werkprocessen zijn geen examenprojecten, omdat de inhoud van deze werkprocessen zich niet leent voor examinering in een gesimuleerde omgeving. Deze werkprocessen dienen in de beroepspraktijk te worden geëxamineerd met een proeve van bekwaamheid.

Waar kan ik het examen- en dekkingsoverzicht vinden op de website?

Het examen- en dekkingsoverzicht is te vinden op https://www.stichtingpraktijkleren.nl/examineren/examenoverzichten/. Het examen- en dekkingsoverzicht is ook te vinden als u bent ingelogd als docent of examenfunctionaris bij het betreffende opleidingsgebied onder de knop Over examinering.

Waar kan ik de examenmatrijzen vinden?

De examenmatrijzen zijn integraal onderdeel van elk exameninstrument en zijn bij elk exameninstrument opgenomen. De examenmatrijzen zijn ook te vinden bij het betreffende opleidingsgebied onder de knop Over examinering als u bent ingelogd als docent of examenfunctionaris.

Zie ook

Waarom biedt Stichting Praktijkleren naast praktijkexamens ook vaardigheids- en kennisexamens aan?

De meeste vakkennis en vaardigheden worden (meestal impliciet) geëxamineerd in de praktijkexamens. Dit is terug te vinden in het dekkingsoverzicht. Alleen vakkennis- en vaardigheden die cruciaal zijn voor het beroep en onvoldoende aan bod komen in de praktijkexamens, worden steekproefsgewijs geëxamineerd in een kennis- of vaardigheidsexamen.

Zie ook

Op welke manier vertalen we de eisen voor een moderne vreemde taal in de kwalificatiedossiers naar exameninstrumenten?

Daar waar in de dossiers een moderne vreemde taal expliciet in de eisen is opgenomen, is steeds een keuze gemaakt voor het meest passende exameninstrument. Bij de meeste dossiers is dat het vaardigheidsexamen. In een enkel geval zijn de eisen geïntegreerd in een praktijkexamen. Dit is terug te vinden in het dekkingsoverzicht.

In de kwalificatiedossiers worden geen uitspraken gedaan over ERK-niveaus, dus deze zijn ook niet opgenomen in de exameninstrumenten van Stichting Praktijkleren. Het kwalificatiedossier Veiligheid en Vakmanschap vormt hierop de enige uitzondering: daarin zijn de eisen voor Engels in STANAG-niveaus geformuleerd. Deze zijn in de examens vertaald naar ERK-eisen.

Zie ook:


Beoordeling en cesuur

Hoe werkt de beoordelingssystematiek bij de praktijkexamens?

Voor het beoordelen van praktijkexamens geldt het volgende.

  • De beoordeling verloopt volgens de beoordelingsprocedure zoals beschreven in het meegeleverde beoordelingsvoorschrift.
  • Een kandidaat wordt bij voorkeur beoordeeld door twee beoordelaars.
  • Beoordelaars hanteren bij de beoordeling de VROEG-WACKER-methode.
  • Er wordt per werkproces beoordeeld aan de hand van een beoordelingsformulier.
  • Indien van toepassing kan bij een examenproject een beoordelingsonderlegger gebruikt worden als extra hulpmiddel bij het beoordelen.

Zie ook

Wat is de cesuur bij de praktijkexamens?

De cesuur die bij de praktijkexamens (per werkproces) gehanteerd wordt, bestaat uit twee delen:

  1. Voor de beoordelingscriteria die cruciaal zijn voor de beroepsuitoefening, moet een kandidaat minimaal 1 punt (van de maximaal 3 punten) scoren;
  2. Per werkproces moet een kandidaat circa vijftig procent van de punten scoren. Als een kandidaat aan beide voldoet, haalt hij een 5,5 of hoger voor het werkproces.

Zie ook

 

Waarom ligt de cesuur voor een werkproces op circa 50% van de te behalen punten?

De beoordelingsschaal in de beoordelingsformulieren van de praktijkexamens van Stichting Praktijkleren loopt van 0 t/m 3 punten per beoordelingscriterium. De beheersingsniveaus van de beoordelingscriteria zijn zo opgesteld dat als een kandidaat gemiddeld 1,5 punt per criterium scoort, hij minstens 55% van de gevraagde inhoud beheerst. De cesuur van circa 50% is dus gelijk aan de beheersing van de gevraagde inhoud van minimaal 55%.

Mag een kandidaat de examenmatrijs inzien?

Een examenmatrijs is de blauwdruk van een examen. De examenmatrijs is in de eerste plaats bedoeld voor de constructie van een examen en om de validiteit van een examen te borgen. Een kandidaat mag voorafgaand aan het examen de examenmatrijs inzien, maar dit is niet verplicht en ook niet het advies van Stichting Praktijkleren. 

Alle voor de kandidaat noodzakelijke informatie over afnamecondities en de inhoud van het examen is opgenomen in andere documenten. Anders dan examenmatrijzen, zijn deze documenten speciaal afgestemd op de kandidaat. In geval van een proeve van bekwaamheid staat de noodzakelijke informatie over afnamecondities en inhoud van het examen in het document met examenafspraken. In geval van een examenproject, vaardigheids- of kennisexamen staat deze informatie in het document Examenvoorbereiding kandidaat van het betreffende examen.

Zie ook

 

Mag een kandidaat de beoordelingsformulieren voor een praktijkexamen inzien voorafgaand aan het examen?

Ja, een kandidaat mag de beoordelingsformulieren voor een praktijkexamen inzien voorafgaand aan het examen. In het Onderzoekskader van de Inspectie (standaard ED3 Afname en beoordeling) staat namelijk dat de beoordelingswijze tijdig voor de kandidaten beschikbaar moet zijn en voor alle betrokkenen transparant en eenduidig. De beoordelingsformulieren kunnen gebruikt worden in het opleidingstraject als voorbereiding op het examen, om de voortgang van een student te volgen en om bekend te raken met de beoordelingssystematiek.

Zie ook

Mag een kandidaat een beoordelingsonderlegger inzien voorafgaand aan het examen?

Een kandidaat mag nooit een beoordelingsonderlegger inzien. Hierin zijn namelijk de (voorbeeld)uitwerkingen van examenopdrachten opgenomen.

Zie ook

Hoe kan ik een cijfer voor een praktijkexamen omzetten naar de beoordeling onvoldoende, voldoende of goed?

Een cijfer voor een praktijkexamen kan als volgt worden omgezet naar de beoordeling onvoldoende, voldoende of goed.

8 of hoger = goed
5,5 - 7,9 = voldoende
5,4 of lager = onvoldoende

Zie ook

Hoe kan een cijfer worden gegeven voor een kerntaak?

In het examenoverzicht vindt u de examens die meetellen in de beoordeling voor een kerntaak. De beoordeling van de examens die zijn toegewezen aan een kerntaak worden uitgedrukt in cijfers. De eindbeoordeling van de kerntaak, tevens uitgedrukt in een cijfer, komt als volgt tot stand.

Voorwaarden

  • Het resultaat van elk werkproces moet ten minste een 5,5 zijn.
  • Bij twee of meer kennis- en/of vaardigheidsexamens geldt het volgende:
    Het gemiddelde van de resultaten van de kennis-en/of vaardigheidsexamens per kerntaak moet ten minste een 5,5 zijn.
    • Voor minimaal de helft van de kennis- en/of vaardigheidsexamens per kerntaak moet het resultaat ten minste een 5,5 zijn.
    • Het resultaat van een kennis- en/of vaardigheidsexamen mag nooit lager dan een 4,0 zijn.
  • Bij één kennis- en/of vaardigheidsexamen geldt het volgende:
    Het resultaat van het kennis- of vaardigheidsexamen moet ten minste een 5,5 zijn.


Eindbeoordeling

  • Indien de kandidaat niet voldoet aan bovengenoemde voorwaarden, is hij niet geslaagd voor de kerntaak. In dat geval treden de herkansingsregels van de school in werking.
  • Indien de kandidaat wel voldoet aan bovengenoemde voorwaarden, kan de eindbeoordeling van de kerntaak berekend worden.
    • De eindbeoordeling van de kerntaak komt tot stand door alle behaalde resultaten (van werkprocessen, vaardigheids- en kennisexamens) bij elkaar op te tellen en te delen door het aantal resultaten.

Zie ook

Hoe werkt het beoordelen met de VROEG-WACKER-methode?

De VROEG-WACKER-methode is een methode om op systematische wijze een praktijkexamen te beoordelen. De methode bestaat uit twee delen: het VROEG-gedeelte dat betrekking heeft op de voorbereiding op de examenafname en het WACKER-gedeelte dat betrekking heeft op de uitvoering daarvan.

Voorbereiding

Verifiëren

Raadplegen van het examenplan en vaststellen om welke examenonderdelen het gaat.

Regelgeving

Op de hoogte stellen van de regels m.b.t. de uitvoering van de examinering.

Overleg

Met alle betrokkenen bij het examen overleggen over uitvoering, taak, afnamecondities en samenwerking.

Eenduidigheid

Met de medebeoordelaar(s) tot een eenduidige interpretatie van de beoordelingscriteria komen.

Gebruiksklaar

Gebruiksklaar maken van de ruimte, middelen, instrumenten, documenten en plannen van de voorgeschreven examentijd.

Uitvoering

Waarnemen

Observeren zonder waardeoordeel.

Aantekeningen

Concreet en feitelijk noteren wat je waarneemt.

Classificeren

Aantekeningen koppelen aan de beoordelingscriteria.

Kwalificeren

Scores geven op basis van de beschreven beheersingsniveaus.

Evalueren

Met de medebeoordelaar tot een gezamenlijk oordeel komen.

Rapporteren

Invullen en onderbouwen van de beoordeling op het beoordelingsformulier.

Zie ook

 

Hoe werkt de beoordelingssystematiek bij vaardigheidsexamens?

Een beoordelaar kijkt een vaardigheidsexamen na aan de hand van een beoordelingsmodel en conform de richtlijnen die beschreven zijn in de meegeleverde handleiding. In het beoordelingsmodel wordt per opdracht aangegeven hoeveel punten behaald kunnen worden en hoe deze aan de uitwerkingen toegekend moeten worden. Bij elk vaardigheidsexamen wordt een cijfertabel meegeleverd waarin af te lezen is, welk cijfer met welk aantal punten behaald is.

Zie ook

 

Hoe werkt de beoordelingssystematiek bij kennisexamens?

Een beoordelaar kijkt een kennisexamen na aan de hand van een antwoordmodel en conform de richtlijnen die beschreven zijn in de meegeleverde handleiding. In het antwoordmodel wordt per vraag aangegeven hoeveel punten behaald kunnen worden en hoe deze aan de antwoorden toegekend moeten worden. Bij elk kennisexamen wordt een cijfertabel meegeleverd waarin af te lezen is, welk cijfer met welk aantal punten behaald is.

Zie ook

 

Wat is de cesuur bij kennisexamens?

Kennisexamens kunnen verschillende vraagvormen bevatten en elke vraagvorm heeft een eigen raadkans. Doordat de raadkans verschilt per vraagvorm, kan de cesuur per variant van een kennisexamen verschillen.

Zie ook

Wat is de cesuur bij vaardigheidsexamens?

De cesuur van vaardigheidsexamens ligt op 55% van de totaal te behalen punten.

Zie ook

 

Waarom kunnen bij gesloten vragen in kennisexamens van Stichting Praktijkleren geen deelscores gegeven worden?

Met het toekennen van deelscores (polytoom scoren) worden kandidaten beloond voor een correct deelantwoord. Echter, op het moment dat het geven van deelscores mogelijk wordt gemaakt, betekent dit ook een verandering in de raadkansberekening. De raadkans zal bij polytoom scoren hoger komen te liggen. De cesuur van kennisexamens ligt op 55% van de totaal te behalen punten plus de correctie voor de raadkans. Een hogere raadkans, zoals bij polytoom scoren, zorgt daarmee voor een hogere cesuur. Qua zak-/slaagbeslissing worden kandidaten met polytoom scoren dus niet beloond. Daarom is ervoor gekozen om alleen punten toe te kennen als een kandidaat een vraag volledig juist beantwoordt: dichotoom scoren.

Zie ook

Waarom bevatten de kennisexamens van Stichting Praktijkleren vooral gesloten vragen?

Gesloten vragen bij kennisexamens hebben de volgende voordelen.

  • De beoordeling van gesloten vragen is volledig objectief; bij open vragen speelt de interpretatie van de beoordelaar een grote rol.
  • Het corrigeren kost veel minder tijd dan bij open vragen.
  • Het speelt geen rol of kandidaten goed of minder goed kunnen formuleren.
  • Er is veel kennis te bevragen in korte tijd.


Zie ook

 

Wordt bij het berekenen van de cesuur van een kennisexamen rekening gehouden met de gebruikte vraagvormen?

Ja, bij het berekenen van de cesuur van een kennisexamen wordt rekening gehouden met de gebruikte vraagvormen. Elke vraagvorm heeft een eigen raadkans die meegenomen wordt in de berekening van de cesuur.

Zie ook

Waarom is er niet voor elke opdracht uit een examenproject een beoordelingsonderlegger?

Er wordt alleen een beoordelingsonderlegger opgenomen als dit een zinvolle aanvulling is op het beoordelingsformulier. In de meeste gevallen heeft de beoordelaar voldoende aan het beoordelingsformulier voor het beoordelen van een examenproject.

Zie ook

Wat voer ik in in het resultatensysteem als een kandidaat niet alle cruciale criteria binnen een werkproces behaald heeft?

Als een kandidaat op een cruciaal criterium van een werkproces lager dan 1 punt heeft gescoord, heeft hij een onvoldoende voor het werkproces. Als het systeem van uw onderwijsinstelling alleen een cijfer accepteert, kent u een 1,0 toe.

Zie ook

 

Wat is een beoordelingsonderlegger?

Een beoordelingsonderlegger is een hulpmiddel bij een beoordelingsformulier van een examenproject. De beoordelingsonderlegger bevat bijvoorbeeld een uitgebreidere specificatie van een beoordelingscriterium uit het beoordelingsformulier of een (voorbeeld)uitwerking van een resultaat.

Zie ook

 

Waarvoor gebruik ik het Beoordelingsformulier kennisexamen en het Beoordelingsformulier vaardigheidsexamen dat is bijgevoegd bij de kennis- en vaardigheidsexamens?

Het beoordelingsformulier bij een kennisexamen is een servicedocument dat de beoordelaar, indien gewenst, kan invullen na afloop van een kennisexamen. Het beoordelingsformulier kan bewaard worden in plaats van het gemaakte werk. De Inspectie zegt hierover in haar Veel gestelde vragen (zie Toezicht algemeen, Hoe lang moeten examengegevens van studenten worden bewaard? https://www.onderwijsinspectie.nl/documenten/vragen-en-antwoorden/toezicht-mbo): 

‘Wij gaan er vanuit dat instellingen alle examengegevens van een student bewaren, tot anderhalf jaar na diplomering. Dat is nodig om ons toezicht goed uit te kunnen oefenen. Voor ons (examen)toezicht hebben wij dezelfde documenten nodig als de examencommissie om een diplomabesluit te kunnen nemen: examenplan, examenopdrachten, ingevulde beoordelingsformulieren en het gemaakte werk indien daar het beoordelingsformulier in is verwerkt. Ook moet duidelijk zijn hoe de examenonderdelen leiden tot een diplomabesluit. Inzage in het gemaakte werk (dus ruimer dan alleen de beoordelingsformulieren) kan bij ons toezicht een meerwaarde hebben omdat dit nog meer informatie verschaft. Wij kunnen daarbij ook gebruik maken van films, foto’s of ingescande documenten.

Zie ook

 

Moet bij de herkansing van een praktijkexamen het hele examen opnieuw worden afgenomen?

Een school bepaalt zelf of er per werkproces, per kerntaak of per praktijkexamen herkanst dient te worden. De keuze hiervoor is terug te vinden in het examenreglement van de school.

Of herkansen per werkproces mogelijk en wenselijk is, is afhankelijk van:

  • de keuzes die binnen de examinering van een opleidingsgebied zijn gemaakt;
  • de verbanden tussen de betreffende werkprocessen;
  • het aantal werkprocessen waarvoor een onvoldoende is behaald.


Wanneer voor meerdere werkprocessen binnen een praktijkexamen een onvoldoende is behaald, kan het logisch zijn om bij de herkansing een volledig nieuw examen in te zetten. De werkprocessen waarvoor al een voldoende behaald is, hoeven dan niet opnieuw beoordeeld te worden.

Zie ook

Hoe worden de eisen ten aanzien van de beroepsgerichte taal beoordeeld?

De eisen in de kwalificatiedossiers met betrekking tot de toepassing van taal worden beoordeeld in vaardigheidsexamens of (in een enkel geval) geïntegreerd in een praktijkexamen. Bij een vaardigheidsexamen vindt de beoordeling plaats met behulp van een beoordelingsmodel. Als de eisen zijn geïntegreerd in een praktijkexamen vindt de beoordeling plaats aan de hand van beoordelingscriteria in het beoordelingsformulier en eventueel een beoordelingsonderlegger.

Zie ook:


Kwaliteitsborging

Wat is de rol van Stichting Praktijkleren bij de examinering?

  1. Stichting Praktijkleren stelt in samenwerking met inhoudsdeskundigen vanuit de scholen en het beroepenveld examen- en dekkingsoverzichten op voor het beroepsspecifieke deel van de kwalificatiedossiers. In de examenoverzichten wordt per profiel aangegeven hoe Stichting Praktijkleren invulling geeft aan de dekking van het kwalificatiedossier, conform de producteisen uit de norm voor valide exameninstrumenten.
  2. Voor elk exameninstrument uit het examenoverzicht stelt Stichting Praktijkleren in samenwerking met inhoudsdeskundigen uit de scholen en het beroepenveld een examenmatrijs op. 
  3. Op basis van de examenmatrijzen construeert Stichting Praktijkleren de exameninstrumenten conform de wettelijke eisen. 
  4. Stichting Praktijkleren draagt zorg voor de inhoudelijke en toetstechnische screening en stelt de exameninstrumenten vast.

Hoe borgt Stichting Praktijkleren de kwaliteit van haar exameninstrumenten?

Stichting Praktijkleren hanteert een vaste werkwijze voor de constructie van de exameninstrumenten. Het constructieproces bestaat uit de volgende onderdelen.

  • Constructie
  • Screening/testen
  • Bureauredactie
  • Vaststelling
  • Publicatie
  • Evaluatie


De benodigde deskundigheid, taken en verantwoordelijkheden van alle betrokkenen bij het constructieproces zijn beschreven. Daarmee voldoet Stichting Praktijkleren aan de proces- en organisatie-eisen uit de norm voor valide exameninstrumenten. In de publicatie Valide exameninstrumenten, Hoe borgt Stichting Praktijkleren de kwaliteit? vindt u de uitgebreide verantwoording.

Op welke wijze vindt de screening van de examens plaats?

De examens worden inhoudelijk en toetstechnisch gescreend. Dit gebeurt door onafhankelijke screeners die niet bij het constructieproces zijn betrokken. De screeners maken daarbij gebruik van toetstechnische en inhoudelijke meetinstrumenten. De meetinstrumenten bevatten de kwaliteitscriteria waar een exameninstrument aan moet voldoen. De kwaliteitscriteria zijn gebaseerd op de producteisen uit de norm voor valide exameninstrumenten. De meetinstrumenten zijn te vinden op https://www.stichtingpraktijkleren.nl/examineren/verantwoording-exameninstrumenten/.

Op welke wijze vindt de vaststelling van een exameninstrument plaats?

Alle exameninstrumenten worden vastgesteld door een vaststellingscommissie. De vaststellingscommissie bestaat uit onafhankelijke vaststellers en een onafhankelijke voorzitter. Een examen wordt vastgesteld als het toetstechnisch en inhoudelijk voldoet, waarbij de producteisen uit de norm voor valide exameninstrumenten als leidraad dienen. Bij elk exameninstrument wordt een vaststellingsformulier meegeleverd. Hierin staan de beoordelingscriteria waarop het examen is vastgesteld en de vaststellingsdatum.

Hoe verwerkt Stichting Praktijkleren de feedback op exameninstrumenten?

Als er naar aanleiding van feedback een inhoudelijke wijziging noodzakelijk is, wordt deze zo snel mogelijk verwerkt. Het versienummer van het exameninstrument wordt opgehoogd en de Helpdesk examinering publiceert de nieuwe versie op de website. De Helpdesk examinering communiceert de gewijzigde exameninstrumenten in de tweewekelijkse e-mail. U kunt zich hiervoor opgeven als u bent ingelogd door een vinkje te zetten in uw profiel.

Bij een wijziging in het exameninstrument wordt het bijbehorende vaststellingsformulier in principe niet aangepast. Dit gebeurt alleen als de wijziging dusdanig ingrijpend is dat opnieuw vaststellen noodzakelijk is.

Zie ook

Hoe kunt u feedback geven op een gepubliceerd examen?

Zijn de exameninstrumenten van Stichting Praktijkleren valide?

Zijn de exameninstrumenten van Stichting Praktijkleren valide?

Ja, alle exameninstrumenten van Stichting Praktijkleren zijn valide. Stichting Praktijkleren is een gecertificeerde examenleverancier volgens de norm voor valide exameninstrumenten.

Is Stichting Praktijkleren een gecertificeerde examenleverancier?

Is Stichting Praktijkleren een gecertificeerde examenleverancier?

Ja, Stichting Praktijkleren is een gecertificeerde examenleverancier volgens de norm voor valide exameninstrumenten. Daarmee is gegarandeerd dat alle exameninstrumenten van Stichting Praktijkleren valide zijn.

Hoe kunt u feedback geven op een gepubliceerd examen?

Bij elk examen vindt u een evaluatieformulier waarin u uw ervaringen met het examen kenbaar kunt maken. Daarnaast organiseert Stichting Praktijkleren minimaal één keer per jaar een evaluatiebijeenkomst per opleidingsgebied voor de examens. En u kunt ook altijd contact opnemen met de opleidingscoördinator van het betreffende opleidingsgebied.

Zie ook


Inspectie en wettelijke eisen

Zijn de exameninstrumenten van Stichting Prakijkleren ‘inspectieproof’?

Stichting Praktijkleren is een gecertificeerd examenleverancier volgens de norm voor valide exameninstrumenten. Daarmee voldoen de exameninstrumenten van Stichting Praktijkleren aan de norm voor valide exameninstrumenten. De norm is congruent met het Onderzoekkader 2017 van de Inspectie van het Onderwijs. Als u de exameninstrumenten ongewijzigd inzet, kunt u er van uitgaan de examens ‘inspectieproof’ zijn.

Moeten alle werkprocessen uit het kwalificatiedossier worden geëxamineerd?

Zie hiervoor de examenstandaard ED2 Exameninstrumentarium van de Inspectie van het Onderwijs. en de Producteisen uit de norm voor valide exameninstrumenten, oktober 2017 waar de eisen ten aanzien van de dekking zijn uitgewerkt..

Wat staat er in onze kwalificatiedossiers over de talen?

In de kwalificatiedossiers waarvoor Stichting Praktijkleren exameninstrumenten ontwikkelt, zijn eisen voor de toepassing van taal in het beroep opgenomen in de vakkennis en vaardigheden en/of in de gedragsindicatoren, resultaten of de beschrijving van de werkprocessen. De beschrijving van deze eisen verschilt per dossier en soms zelfs per profiel. Ook de nadruk die gelegd wordt op de toepassing van taal verschilt per dossier. Dit heeft te maken met het verschil tussen de beroepen. Dat geldt zowel voor de moderne vreemde talen als voor het Nederlands.

In de kwalificatiedossiers gaat het om de toepassing van taal die nodig is voor het uitoefenen van het beroep. Er worden geen uitspraken gedaan over beheersingsniveaus vanuit het Europees Referentiekader (ERK) of het Referentiekader taal en rekenen.

Zie ook:

Wat is de status van de ERK-niveaus zoals genoemd in het Verantwoordingsdocument?

In de kwalificatiedossiers wordt niet verwezen naar beheersingsniveaus vanuit het Europees Referentiekader (ERK). In de Verantwoordingsinformatie worden deze niveaus in de meeste gevallen echter wel genoemd. Dit levert mogelijk verwarring op. Van belang is daarom het volgende.

  • De eisen die gelden voor de examinering staan in de kwalificatiedossiers.
  • In de Verantwoordingsinformatie staan geen eisen voor de examinering. 
  • De in de Verantwoordingsinformatie genoemde ERK-niveaus geven slechts een indicatie van het niveau van de beginnend beroepsbeoefenaar. Dit kan een handvat voor de beoordeling bieden, maar zijn niet bedoeld om een uitspraak over het beheersingsniveau te doen. De examens van een kwalificatie koppelen aan de ERK-niveaus uit de Verantwoordingsinformatie zou de examinering ten onrechte kunnen verzwaren.

Zie ook


Veel gestelde vragen over examinering t/m KD 2015

Exameninstrumenten

Welke examenproducten heeft Stichting Praktijkleren voor mij?

Het aanbod van onze examenproducten bestaat uit:

  • proeven van bekwaamheid
  • examenprojecten
  • tentamens

Proeven van bekwaamheid en examenprojecten zijn praktijktoetsen waarbij de werkprocessen integraal worden geëxamineerd. Bij tentamens worden vakkennis en vaardigheden geëxamineerd die cruciaal zijn voor het beroep en die in de praktijktoetsen niet op het juiste niveau beoordeeld kunnen worden.

Zie voor verdere toelichting de vragen:

Wat is een examenoverzicht?

In een examenoverzicht wordt per kwalificatie aangegeven hoe Stichting Praktijkleren invulling geeft aan de volledige dekking van het beroepsgerichte deel van het kwalificatiedossier. Het examenoverzicht kan door roc’s gebruikt worden om het examenplan op te stellen.

Zie ook de vraag:

Wat is een examenmatrijs?

Een examenmatrijs is de blauwdruk van een examen, waarin staat wat er met het exameninstrument wordt beoordeeld, op welk (cognitief) niveau, op welke wijze, met welke soort opdracht of vraag en met hoeveel opdrachten of vragen. Per exameninstrument is er een examenmatrijs beschikbaar.

De onderwijsinstelling kan de examenmatrijs gebruiken als leidraad voor de inrichting van het onderwijs en als verantwoording naar de Inspectie.

Wat is een proeve van bekwaamheid?

Een proeve van bekwaamheid (kadertoets) is een kwalificerend examenproduct dat buiten de school wordt ingezet om één of meer werkprocessen te examineren in de beroepspraktijk. Het roc maakt afspraken met het leerbedrijf over de uitvoering van die werkzaamheden, aan de hand van gestelde eisen uit de examenmatrijs.

Zie ook de vraag:

Wat is een kadertoets?

Bij een kadertoets worden de examenopdrachten in overleg met het leerbedrijf geformuleerd. De proeven van bekwaamheid van Stichting Praktijkleren zijn kadertoetsen.

Zie ook de vraag:

Wat is een examenproject?

Een examenproject is een kwalificerend examenproduct dat binnen de school wordt ingezet om één of meer werkprocessen te examineren. Het examenproject bestaat uit opdrachten en vindt plaats in een gesimuleerde beroepsomgeving.

Wat is een tentamen?

Een tentamen is een kwalificerend examenproduct om vakkennis en vaardigheden te examineren die cruciaal zijn voor de uitoefening van het beroep en onvoldoende aan de orde komen in de proeven van bekwaamheid of examenprojecten.

Hoe dienen scholen om te gaan met de exameninstrumenten van Stichting Praktijkleren?

Het is van belang dat scholen zorgvuldig om gaan met exameninstrumenten. Stichting Praktijkleren heeft een gedragscode opgesteld voor het voorbereiden en afnemen van examens met exameninstrumenten van Stichting Praktijkleren.

Klik op Gedragscode om deze te lezen.

Hoe dienen scholen om te gaan met de tijdsduur zoals deze is opgenomen in het examenproject?

In de examinatorset van het examenproject wordt onder het kopje tijdsduur aangegeven hoeveel tijd het afnemen in beslag neemt. Deze tijdsduur is exclusief pauzes. Scholen zijn vrij om zelf bepalen om het examenproject over meerdere dagen te verdelen.


Beoordeling en cesuur

Hoe werkt de beoordelingssystematiek bij de praktijkexamens?

Bij de praktijkexamens gelden met betrekking tot de beoordeling de volgende regels:

  • er zijn minimaal 2 beoordelaars;
  • de beoordeling geschiedt per werkproces op een beoordelingsformulier;
  • de score wordt vastgesteld op basis van opgeleverde resultaten en van observaties volgens de WACKER-methode;
  • de cesuur staat beschreven in het beoordelingsvoorschrift;
  • in de onderbouwing van de score wordt verwezen naar de behaalde resultaten en de mate van beheersing van de beoordelingsindicatoren.

Zie ook de vragen:

Wat is de cesuur bij praktijkexamens?

In de praktijkexamens (proeven van bekwaamheid en examenprojecten) van Stichting Praktijkleren wordt beoordeeld op het niveau van een werkproces. De beoordeling vindt plaats aan de hand van het beoordelingsformulier op basis van het gewenste resultaat en de beoordelingsindicatoren. Het gewenste resultaat in het beoordelingsformulier is afgeleid van het gewenste resultaat uit het kwalificatiedossier. De beoordelingsindicatoren zijn afgeleid van de prestatie-indicatoren uit het kwalificatiedossier. De cesuur is gebaseerd op de combinatie van gewenst resultaat en beoordelingsindicatoren:

  • Onvoldoende: de gewenste resultaten zijn niet behaald (de gerealiseerde resultaten beantwoorden in onvoldoende mate aan de gewenste resultaten in het beoordelingsformulier en eventueel de antwoordmodellen) en/of de kandidaat voldoet in onvoldoende mate aan de beoordelingsindicatoren uit het betreffende beoordelingsformulier, in aanmerking genomen dat het een beginnend beroepsbeoefenaar betreft.
  • Voldoende: de gewenste resultaten zijn behaald (de gerealiseerde resultaten beantwoorden in voldoende mate aan het gewenste resultaat in het beoordelingsformulier en eventueel de antwoordmodellen) en de kandidaat voldoet in voldoende mate aan de beoordelingsindicatoren uit het betreffende beoordelingsformulier.
  • Goed: de kandidaat heeft gepresteerd boven de norm van een beginnend beroepsbeoefenaar.
    • De kandidaat werkt erg zelfstandig in een hoog tempo.
    • De kandidaat neemt op het juiste moment initiatieven, stelt juiste prioriteiten bij het uitvoeren van de werkzaamheden en is waar nodig flexibel.

In examenprojecten wordt het gewenste resultaat in veel gevallen in het antwoordmodel verder gespecificeerd. In het antwoordmodel wordt aangegeven waar het op te leveren resultaat minimaal aan moet voldoen om met een voldoende te worden beoordeeld. De proeve van bekwaamheid is een zogenaamde kadertoets. Dat betekent dat de examenopdrachten in overleg met het leerbedrijf worden geformuleerd. Hiervoor is dus geen antwoordmodel beschikbaar omdat de opdrachten niet op voorhand bekend zijn. De opdrachten uit het examenproject en de bijbehorende antwoordmodellen kunnen als referentie gebruikt worden bij het formuleren van de opdrachten voor de proeve.

Een kerntaak is voldoende als alle geëxamineerde werkprocessen binnen de kerntaak voldoende zijn.

Zie ook de vragen:

Wanneer geeft u voor een praktijkexamen een voldoende?

Wanneer geeft u voor een praktijkexamen een goed?

U geeft een goed voor een praktijkexamen als de kandidaat voor minimaal 75% van alle werkprocessen van het praktijkexamen een goed heeft en voor de overige werkprocessen een voldoende heeft.

Zie ook de vragen:

Wanneer geeft u voor een werkproces in een praktijkexamen een voldoende?

Op het beoordelingsformulier kunt u per werkproces precies zien wat de kandidaat op moet leveren, en hoe hij dat moet doen om een voldoende te halen. Wat de kandidaat op moet leveren noemen we het gewenste resultaat. De wijze waarop hij dat moet doen wordt beschreven in de beoordelingsindicatoren. U geeft een voldoende als wat de kandidaat oplevert voldoet aan het gewenste resultaat, en hij het gedaan heeft zoals in de beoordelingsindicatoren staat. In sommige opdrachten zijn aanvullende eisen verwerkt waaraan het resultaat moet voldoen. Als een kandidaat een voldoende krijgt, heeft hij gepresteerd op het niveau van een beginnend beroepsoefenaar.

Zie ook de vragen:

Wanneer geeft u voor een werkproces in een praktijkexamen een goed?

U geeft voor het hele werkproces een goed, als de kandidaat gepresteerd heeft boven de norm van een beginnend beroepsbeoefenaar. De kandidaat heeft boven de norm van een beginnend beroepsoefenaar gepresteerd, als:

  • wat hij oplevert voldoet aan het gewenste resultaat ;
  • hij zelfstandig in een hoog tempo werkt;
  • hij op het juiste moment initiatieven neemt;
  • hij op het juiste moment flexibel is;
  • hij in alle opzichten een overtuigende beroepshouding heeft.

In sommige opdrachten zijn aanvullende eisen verwerkt waaraan zijn resultaat moet voldoen.

Zie ook de vragen:

Wanneer geeft u voor een kerntaak een voldoende?

U geeft een voldoende voor een kerntaak als de kandidaat

  • voor alle werkprocessen die horen bij deze kerntaak minimaal een voldoende heeft;
  • voor alle  tentamens die hij moet halen een voldoende heeft;
  • voor alle overige aanvullende eisen die uw school stelt een voldoende heeft.

Informeer de kandidaat of er nog tentamens zijn die hij moet halen en of de school aanvullende eisen heeft.

Zie ook de vragen:

  • Wanneer geeft u voor een examenproject een voldoende?
  • Wanneer geeft u voor een examenproject een goed?
  • Wanneer geeft u voor een werkproces in een examenproject een voldoende?
  • Wanneer geeft u voor een werkproces in een examenproject een goed?
  • Wanneer geeft u voor een kerntaak een goed?

Wanneer geeft u voor een kerntaak een goed?

U geeft een goed voor een kerntaak als de kandidaat:

  • voor minimaal 75% van de werkprocessen die bij deze kerntaak horen een goed heeft;
  • voor alle  tentamens die hij moet halen een voldoende heeft;
  • voor alle overige aanvullende eisen die uw school stelt een voldoende heeft.

Informeer de kandidaat of er nog tentamens zijn die hij moet halen en of de school aanvullende eisen heeft.

Zie ook de vragen:

Hoe werkt het beoordelen met de WACKER-methode?

Bij het beoordelen van de praktijktoetsen wordt u geacht te observeren volgens de WACKER-methode. In het schema hieronder ziet u hoe deze methode werkt.

W Waarnemen U observeert zonder te interpreteren.
A Aantekeningen maken U maakt aantekeningen van waargenomen gedrag.
C Classiciferen U koppelt uw aantekeningen aan de beoordelingsindicatoren.
K Kwalificeren U velt uw oordeel over de beoordelingsindicatoren.
E Evalueren U vergelijkt uw oordeel met medebeoordelaars.
R Rapporteren

U onderbouwt en vult uw beoordeling in.


Hoe worden de eisen ten aanzien van beroepsgerichte taal beoordeeld?

De eisen in de kwalificatiedossiers met betrekking tot de toepassing van taal worden beoordeeld in vaardigheidsexamens of (in een enkel geval) geïntegreerd in een praktijkexamen. Bij een vaardigheidsexamen vindt de beoordeling plaats met behulp van een beoordelingsmodel. Als de eisen zijn geïntegreerd in een praktijkexamen vindt de beoordeling plaats aan de hand van beoordelingscriteria in het beoordelingsformulier en eventueel een beoordelingsonderlegger.

Zie ook

    Hoe werkt de beoordelingssystematiek bij tentamens?

    • De beoordelaar kijkt het tentamen na aan de hand van het antwoordmodel.
    • Per correct (deel-)antwoord wordt een punt toegekend.
    • De beoordelaar telt de punten op en kijkt in de omzettingstabel in de examinatorset welk cijfer dit oplevert.

    Hoe wordt de cesuur van de tentamens bepaald?

    Hoe wordt de cesuur van de tentamens bepaald?

    • De cesuur ligt op 55% + een correctie voor de gokkans. In de tentamens kunnen verschillende vraagvormen voorkomen die een verschillende gokkans hebben. Doordat de gokkans verschilt per vraagvorm, kan de cesuur per variant van een tentamen verschillen.
    • De constructeur gebruikt een cesuurtabel waarin de berekening wordt gedaan wat de cesuur is aan de hand van het aantal vraagsoorten.
    • In de examinatorset is een omzettingstabel opgenomen waarin bij elk mogelijk puntenaantal het bijbehorende cijfer staat.

    Hoe draagt het resultaat van een tentamen bij aan de eindbeoordeling op kerntaakniveau?

    Stichting Praktijkleren levert zowel praktijkexamens als tentamens. Wat is nu precies het verschil tussen deze exameninstrumenten? In de praktijkexamens (proeven van bekwaamheid en examenprojecten) worden kerntaken en werkprocessen integraal geëxamineerd. Tentamens examineren daarentegen alleen de cruciale vakkennis en vaardigheden, die onvoldoende aan bod komen in de praktijkexamens. Beide instrumenten zijn kwalificerend en dekken samen het beroepsgerichte deel van het hele kwalificatiedossier. Zij maken dus beide onderdeel uit van het examenplan. 

    Een kandidaat die voor zijn praktijkexamen slaagt, toont aan dat hij de kerntaken en werkprocessen kan uitvoeren, zoals van een beginnend beroepsbeoefenaar verwacht mag worden. De resultaten van de praktijkexamens bepalen dan ook het maximaal haalbare resultaat op kerntaakniveau.

    Hoe dragen de resultaten van de tentamens dan bij aan de eindbeoordeling op kerntaakniveau? Het resultaat dat behaald is voor een praktijkexamen geldt pas als eindbeoordeling op kerntaakniveau als alle tentamens met een voldoende zijn afgerond. Deze aanpak is transparant en eenvoudig toepasbaar en sluit aan op de eisen van de Inspectie van het Onderwijs. Een nadeel kan zijn dat een kandidaat niet zichtbaar wordt beloond voor een goede prestatie op een tentamen. Dit is op te lossen door naast het diploma een cijferlijst te verstrekken voor de gemaakte tentamens.

    Zie ook de vragen:


    Examinering beroepsgerichte taal- en rekeneisen

    Beroepsspecifieke eisen taal en rekenen

    Hoe worden de beroepsspecifieke eisen taal (Nederlands en de moderne vreemde taal) en rekenen, zoals vermeld in deel C van het kwalificatiedossier, verwerkt in de examinering van de kerntaken en werkprocessen? Welke toetsvormen worden hiervoor gebruikt en doen deze recht aan de vaardigheid die getoetst moet worden?

    Antwoord

    De beroepsspecifieke eisen taal en rekenen, zoals vermeld in deel C, zijn geïntegreerd in onze examenprojecten. In de kwalificatiedossiers worden de talige beroepsvereisten soms heel algemeen geformuleerd, bijvoorbeeld Kennis en vaardigheden van de Nederlandse taal. Maar soms ook specifiek, bijvoorbeeld Gesprekstechnieken toepassen. Bij de algemene formulering zorgen we voor een talige examenopdracht binnen het examenproject die recht doet aan het werkproces dat geëxamineerd wordt. Denk bijvoorbeeld aan het telefonisch bepaalde informatie verschaffen aan een klant of aan correspondentie via de e-mail. Als er specifiek geformuleerd is om welke vaardigheden het gaat, sluit de opdracht daar uiteraard direct op aan. Voor de beroepsspecifieke eisen voor Nederlands hangt onder de opdracht een beoordelingsmodel dat gebaseerd is op de eisen uit het referentiekader Meijerink. De onderdelen voor Nederlands kunnen geïntegreerd geëxamineerd worden (binnen het examenproject), maar kunnen ook separaat worden afgenomen, afhankelijk van de organisatie van de examinering op scholen.
    Deze mogelijkheid bieden wij ook ten aanzien van de moderne vreemde talen: omdat de logistiek rond het examineren niet op elke school een docent modern vreemde talen op de examenlocatie toelaat, construeren we de beroepsspecifieke onderdelen moderne vreemde talen zodanig dat deze, zo mogelijk, geïntegreerd kunnen worden in het examenproject. Maar als de geïntegreerde afname niet mogelijk is, kan het onderdeel moderne vreemde talen ook los van het examenproject op een ander moment worden afgenomen. Onder deze opdrachten hangt ook weer een beoordelingsmodel. Voor de moderne vreemde talen is dit gebaseerd op het Europees Referentiekader.

    Geïntegreerd examineren taal- en rekeneisen

    De inspectie stelt: "Als taaleisen en rekeneisen terugkomen bij meer kerntaken en/of werkprocessen, dan mag dit desgewenst ook geïntegreerd geëxamineerd worden. Daarbij moet wel de link met de kerntaak/het werkproces gelegd worden". Hoe gaat Stichting Praktijkleren hiermee om?

    Antwoord
    Het komt inderdaad voor dat taal- en rekeneisen bij meerdere werkprocessen en kerntaken terugkomen. Wij nemen de desbetreffende taaltaken dan maar één keer op bij het werkproces waar de taaleis het meest van belang is. De link met het werkproces leggen we vast in de examenmatrijzen.

    Specifiek geformuleerde taal- en rekeneisen in examinering werkproces

    De inspectie stelt: "Als de taaleisen (en rekeneisen) zeer specifiek geformuleerd zijn bij een bepaald werkproces, dan moet dit terugkomen bij de examinering van dat werkproces". Hoe komt dit terug bij de door Stichting Praktijkleren aangeleverde examens?

    Antwoord

    De beroepsspecifieke eisen taal en rekenen, zoals vermeld in deel C, zijn geïntegreerd in onze examenprojecten. In de kwalificatiedossiers worden de talige beroepsvereisten soms heel algemeen geformuleerd, bijvoorbeeld Kennis en vaardigheden van de Nederlandse taal. Maar soms ook specifiek, bijvoorbeeld Gesprekstechnieken toepassen. Bij de algemene formulering zorgen we voor een talige examenopdracht binnen het examenproject die recht doet aan het werkproces dat geëxamineerd wordt. Denk bijvoorbeeld aan het telefonisch bepaalde informatie verschaffen aan een klant of aan correspondentie via de e-mail. Als er specifiek geformuleerd is om welke vaardigheden het gaat, sluit de opdracht daar uiteraard direct op aan. Voor de beroepsspecifieke eisen voor Nederlands hangt onder de opdracht een beoordelingsmodel dat gebaseerd is op de eisen uit het referentiekader Meijerink. Voor de beroepsspecifieke eisen voor de moderne vreemde talen is het onderliggende beoordelingsmodel gebaseerd op het Europees Referentiekader.

    Examinering tweede vreemde taal

    Hoe komt, indien van toepassing, een tweede moderne vreemde taal terug in de examinering?

    Antwoord
    De examenopdrachten voor een tweede moderne vreemde taal kunnen, net als de eerste moderne vreemde taal, optioneel worden geïntegreerd in het examenproject of apart worden afgenomen.

    Integratie beroepsgericht Nederlands en rekenen

    Stichting Praktijkleren geeft in verschillende documenten aan dat beroepsgericht Nederlands en rekenen geïntegreerd wordt in de examentoetsen van Stichting Praktijkleren. Vanaf wanneer is deze integratie een feit?

    Antwoord

    Wij zijn op dit moment bezig met een herbezinning ten aanzien van het examineren van taal. De herbezinning betekent een koersbepaling: Stichting Praktijkleren integreert inderdaad de beroepsspecifieke eisen voor taal en rekenen, zoals vermeld in deel C zoveel mogelijk in haar praktijkexamens. Deze integratie zal een explicietere vorm krijgen t.a.v. de beoordeling dan tot nu toe. Dit wordt voor de zomer getest tijdens een pilot bij secretarieel en ICT. Daarna passen we de verbetering toe op alle examenprojecten.

    In onze huidige examenprojecten zijn de beroepsgerichte taaleisen overigens al opgenomen (zie ook de examenmatrijzen). We streven er naar om bovengenoemde verbeterslag voor de zomer van 2014 voor alle opleidingsgebieden afgerond te hebben.


    Kwaliteitsborging

    Wat is de rol van de Stichting Praktijkleren bij examinering?

    1. Stichting Praktijkleren stelt in samenwerking met inhoudsdeskundigen vanuit de scholen en het beroepenveld examen- en dekkingsoverzichten op voor het beroepsspecifieke deel van de kwalificatiedossiers. In de examenoverzichten wordt per profiel aangegeven hoe Stichting Praktijkleren invulling geeft aan de dekking van het kwalificatiedossier, conform de producteisen uit de norm voor valide exameninstrumenten.
    2. Voor elk exameninstrument uit het examenoverzicht stelt Stichting Praktijkleren in samenwerking met inhoudsdeskundigen uit de scholen en het beroepenveld een examenmatrijs op. 
    3. Op basis van de examenmatrijzen construeert Stichting Praktijkleren de exameninstrumenten conform de wettelijke eisen. 
    4. Stichting Praktijkleren draagt zorg voor de inhoudelijke en toetstechnische screening en stelt de exameninstrumenten vas.

    Zie ook de vragen:

    Hoe borgt Stichting Praktijkleren de kwaliteit van haar exameninstrumenten?

    Stichting Praktijkleren hanteert een vaste werkwijze voor de constructie van de exameninstrumenten. Het constructieproces bestaat uit de volgende onderdelen.

    • Constructie
    • Screening/testen
    • Bureauredactie
    • Vaststelling
    • Publicatie
    • Evaluatie

    De benodigde deskundigheid, taken en verantwoordelijkheden van alle betrokkenen bij het constructieproces zijn beschreven. Daarmee voldoet Stichting Praktijkleren aan de proces- en organisatie-eisen uit de norm voor valide exameninstrumenten. In de publicatie Valide exameninstrumenten, Hoe borgt Stichting Praktijkleren de kwaliteit? vindt u de uitgebreide verantwoording.

    Op welke wijze vindt de screening van de examens plaats?

    De examens worden inhoudelijk en toetstechnisch gescreend. Dit gebeurt door onafhankelijke screeners die niet bij het constructieproces zijn betrokken. De screeners maken daarbij gebruik van toetstechnische en inhoudelijke meetinstrumenten. De meetinstrumenten bevatten de kwaliteitscriteria waar een exameninstrument aan moet voldoen. De kwaliteitscriteria zijn gebaseerd op de producteisen uit de norm voor valide exameninstrumenten. De meetinstrumenten zijn te vinden op https://www.stichtingpraktijkleren.nl/examineren/verantwoording-exameninstrumenten/.

    Op welke wijze vindt de vaststelling van een exameninstrument plaats?

    Alle exameninstrumenten worden vastgesteld door een vaststellingscommissie. De vaststellingscommissie bestaat uit onafhankelijke vaststellers en een onafhankelijke voorzitter. Een examen wordt vastgesteld als het toetstechnisch en inhoudelijk voldoet, waarbij de producteisen uit de norm voor valide exameninstrumenten als leidraad dienen. Bij elk exameninstrument wordt een vaststellingsformulier meegeleverd. Hierin staan de beoordelingscriteria waarop het examen is vastgesteld en de vaststellingsdatum.

    Hoe verwerkt Stichting Praktijkleren de feedback op exameninstrumenten?

    Na publicatie van een exameninstrument komt het voor dat er een inhoudelijke wijziging noodzakelijk is. Deze wijziging wordt zo snel mogelijk in de documenten verwerkt. Het versienummer van het exameninstrument wordt opgehoogd en de Helpdesk Examinering publiceert de nieuwe versie op de website. De Helpdesk Examinering communiceert de wijziging in de wekelijkse mail naar de examenfunctionaris van uw roc. De examenfunctionaris vindt u op de website (na de inlog) bij Contactpersonen.

    Bij het exameninstrument hoort een vaststellingsformulier. Hierop staan de beoordelingscriteria waarop het exameninstrument is vastgesteld en de vaststellingsdatum. Het vaststellingsformulier passen we in principe niet aan bij een wijziging van het exameninstrument. Dit doen we enkel bij dusdanige ingrijpende, inhoudelijke wijzigingen zodat opnieuw vaststelling noodzakelijk is.


    Inspectie en wettelijke eisen

    Zijn de exameninstrumenten van Stichting Praktijkleren “inspectieproof”?

    Stichting Praktijkleren is een gecertificeerd examenleverancier volgens de norm voor valide exameninstrumenten. Daarmee voldoen de exameninstrumenten van Stichting Praktijkleren aan de norm voor valide exameninstrumenten. De norm is congruent met het Onderzoekkader 2017 van de Inspectie van het Onderwijs. Als u de exameninstrumenten ongewijzigd inzet, kunt u er van uitgaan de examens ‘inspectieproof’ zijn.

    Welke examenstandaarden hanteert de Inspectie voor het Onderwijs?

    De Inspectie voor het Onderwijs hanteert de volgende drie examenstandaarden:

    • Examenstandaard 1: het exameninstrumentarium sluit aan bij de uitstroomeisen en voldoet aan de toetstechnische eisen;
    • Examenstandaard 2: de examenprocessen van afname en beoordeling zijn deugdelijk;
    • Examenstandaard 3: de diplomering is deugdelijk en geborgd.


    De examenstandaarden staan beschreven in het Toezichtkader bve 2012, en zijn te downloaden op de site van de Inspectie: http://www.onderwijsinspectie.nl. Per 1 januari 2015 geldt een Addendum op het Toezichtskader bve 2012. Eén van de punten hierin is: de Inspectie van Onderwijs onderzoekt geen examenleveranciers meer maar beoordeelt de ingekochte exameninstrumenten bij de scholen.

    De exameninstrumenten van Stichting Praktijkleren voldoen aan examenstandaard 1 en aan examenstandaard 2 voor zover het de exameninstrumenten betreft. De roc’s zijn verantwoordelijk voor het andere deel van standaard 2 en voor standaard 3.

    Moeten alle werkprocessen per kerntaak uit het kd worden geëxamineerd?

    De instelling dient bij de examinering van opleidingen, gericht op de beroepsgerichte kwalificatiestructuur, zorg te dragen dat meer dan driekwart van de werkprocessen per kerntaak - de essentie van het beroep inbegrepen - wordt geëxamineerd.

    Waar kan ik de meest recente informatie vinden over het nieuwe waarderingskader 2017 en de relatie met het construeren van examens?

    Deze informatie is te vinden in de volgende publicatie van het Servicepunt examinering mbo: Exameninstrumenten voor herziene kwalificatiedossiers en het nieuwe waarderingskader 2017.
    Het geeft antwoord op de volgende vragen.

    • Hoe moet ik de 'dekkingseis' interpreteren bij het construeren van examens?
    • Hoe examineer ik de basis- en profielkerntaak als deze in het beroep tegelijkertijd plaatsvinden of een verdieping zijn op elkaar?
    • Hoe examineer ik vakkennis en vaardigheden als dezelfde vakkennis bij meerdere kerntaken staat beschreven?